Wedstrijden

Terug naar "Judo 2.0 in de praktijk"

Anti-Judo

De judo topsport is niet voor iedereen interessant om naar te kijken, dit komt omdat er niet veel gebeurt in de wedstrijden. Uitzonderlijke talenten daargelaten, is de massa van de topsport bezig met niet verliezen. Een (groot) aantal docenten, vaak ook zelf wedstrijd judoka of oud wedstrijdjudoka hebben in hun DNA vechtlust. Het maakt niet uit hoe je wint, als je maar wint. Zij stellen winnen,  oftewel niet willen verliezen centraal en tonen daardoor een gebrek als het gaat om mens en maatschappij en de opvoedkundige waarde van het judospel. De trainers geven lessen die een kopie zijn van het huidige topjudo, maar dat is vragen om ernstige blessures. Niet iedereen is geschikt voor iedere techniek, laat staan om wereldkampioen te worden.

Het niet willen verliezen resulteert in het op afstand houden en vastzetten van de tegenstander. Het judoën wordt onmogelijk gemaakt. Om shido’s voor passief judo te voorkomen, wordt er tactisch met de tegenstander gerammeld. Als er wel wordt gejudood op afstand, ontstaan er vaak blessures. Afstand van je tegenstander creëert acties die biomechanisch onmogelijk zijn. De onuitvoerbare worpen leiden tot meevallen en ongelukkige landingen. Daarnaast is er geen ruimte om je val te breken doordat men krom staat. Dit alles noemen Geelhoed en Mulder anti-judo. Een aantal coaches zullen daar wellicht kampioenen mee kweken, maar hoeveel afhakers worden hiermee bereikt? Te veel is het antwoord.

Ook missen er bij de wedstrijdsport belangrijke kernwaarden zoals voorspoed voor de ander en het algemeen welbevinden van de ander. Er is weinig tot geen respect voor elkaar. Een uitspraak van judolegende Anton Geesink ten tijde van Wim Geelhoeds kernploegtijd, was: “als je iemand werpt en er bovenop valt, moet het zeer doen, dan doen ze harder hun best om te blijven staan!” Slechte insteek, die leidt tot een gebrek aan vertrouwen in elkaar. Want hoe kan men een buiging maken uit respect voor elkaar en dan bovenop elkaar meevallen? Dit wordt letterlijk door een aantal collega’s aangemoedigd! Denk na over de gezondheid van de deelnemers. Meevallen of elkaar loslaten om te winnen hoort daar absoluut niet bij. Elkaar recht op het hoofd werpen ook niet. Klinkt logisch, maar toch gebeurd het. In Japan zijn er niet zomaar judoka’s omgekomen. Die kant willen wij met zijn allen natuurlijk niet op, maar dan moet er echt wat veranderen aan het huidige judo systeem.

Vertrouwen in elkaar is nodig op de wedstrijdmat en in de trainingen. Een judoka die zich kwetsbaar durft op te stellen, ziet elke val als leermoment en niet als gevaar om doodgegooid te worden. Door actief te judoën ontwikkel je betere reflexen en een beter judogevoel. Een judogevoel waarop je kunt vertrouwen. Je durft de tegenstander dicht bij je te laten komen. Hierdoor kunnen beide judoka’s aanvallen, verdedigen en overnemen. Uiteindelijk kom je zo in wedstrijden tot snelle en creatieve oplossingen wanneer de andere judoka uit zijn stabiele positie komt. Dat is het moment dat er een onbalans ontstaat en de balans kan worden overgenomen. Dit zijn de momenten waar er kan worden gestuurd en geworpen. Dit zijn de momenten waarop je kunt zien wie de beste judoka is.

Van verschillende Nederlandse olympische judo medaillewinnaars is bekend dat ze hun tegenstanders door en door geanalyseerd hadden. Er wordt een tactisch plan gemaakt die het onmogelijk maakt voor de tegenstander om te judoën. Dit werkt zolang de tegenstander zich houdt aan zijn eigen judopatroon. Maar wat als die judoka in staat is zijn spel aan te passen naar een ander patroon? Of erger nog, als er geen patroon te vinden is in het spel van de ander? Elisabeth Willeboordse, coach en begeleidster van onder andere Geelhoedjudoka’s bij internationale trainingsstages in Zwitserland, zei ooit tegen een Geelhoedjudoka: “pff, ik weet het niet hoor, er is tegen jou niet te coachen, je doet elke keer weer wat anders”

Een onvoorspelbare, adaptieve judoka met groot judogevoel links en rechts die rechtop staat en de ander dichtbij durft te laten komen, is in onze ogen de ideale judoka. Dit zou het primaire doel moeten worden van de topsport.

 

o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o
o

Anti-Judo

o
o

Judo 2.0

o
o

Grote afstand door afhouden

o
o

Dicht bij elkaar door te laten komen

o
o

Platte voeten

o
o

Bal van de voet

o
o

Kromme vaste rug

o
o

Rechtop staan met heupen voor

o
o

hierdoor heupen vast

o
o

Bewegelijk bovenlichaam

o
o

Op de ander leunen en hangen

o
o

Op eigen benen staan en de ander halen

o
o

Elkaar vastzetten, klemmen

o
o

Bewegelijk judokoppel / draaideur

o
o

Werken naar bepaalde worp, vooropgezet plan

o
o

Anticiperend, creatief, judoën met gevoel

o
o

Blijven hangen, doorzetten van een beweging

o
o

Switchen naar verschillende mogelijkheden

o
o

Zelf eerst gaan liggen

o
o

Blijven staan

o
o

Met de rug naar de ander toe

o
o

Frontaal blijven

o